Interactie tussen het programma, de images, de database en de SDB

In het volgende diagram wordt de gegevensstroom weergegeven in de verschillende fases van uw gebruik van Enterprise Timetabler.

Een schermopname met genummerde bijschriften die de gegevensstroom beschrijven wanneer u het programma gebruikt

Interactie tussen het programma, de images, de database en de SDB

Als er geen Enterprise Foundation-programma's actief zijn (in het bijzonder Enterprise Timetabler, Enterprise Course Planner of Enterprise Desktop Reference Data Manager) en u start Enterprise Timetabler:

  • Als een image dat overeenkomt met de SDB niet aanwezig is op de harde schijf van het werkstation, wordt het hot image gedownload van de server (1) en vervolgens in het geheugen (2) geladen. Op de harde schijf wordt een corresponderende database aangemaakt.
  • Anders wordt het image dat op de harde schijf aanwezig is, in het geheugen (2) geladen.
  • Er wordt een back-up van de database aangemaakt (3).

Wanneer u een handeling uitvoert waarbij gegevens worden gelezen, worden de gegevens gelezen vanuit de database op de harde schijf van het werkstation (4).

Wanneer u een handeling uitvoert waarbij gegevens worden gewijzigd:

  1. Als u gegevens rechtstreeks wijzigt, wordt de wijziging uitgevoerd in de database (5) en in het image in het geheugen (6). Als u bijvoorbeeld een module uit een studentenset in Enterprise Course Planner verwijdert of een toewijzing van een studentenset aan een activiteit in Enterprise Timetabler ongedaan maakt, heeft u direct gewijzigde gegevens. Of u wilt een functie uitvoeren die gegevens wijzigt, zoals de functie Roosteren in Enterprise Timetabler; de functie wijzigt gegevens in het image in het geheugen.
  2. Als er door uw handeling gegevens in het image wijzigen, kopieert Enterprise DataSync de wijzigingen van het image in het geheugen naar de database (7). Als bijvoorbeeld een module wordt verwijderd uit een studentenset, wordt de toewijzing van de studentenset automatisch ongedaan gemaakt in alle activiteiten van die module.

    N.B. Als de synchronisatie van het image en de database mislukt, laat Enterprise Timetabler een uitroepteken zien in de onderste hoek van het applicatiescherm. Als u had verwacht dat de wijzigingen in het image zouden synchroniseren en dit gebeurt niet, klik dan op Synchroniseer CE Database met lokale S+ image .

Wanneer u de functie Terugschrijven gebruikt, worden gegevens van het image in het geheugen naar de SDB verzonden (8).

Wanneer u de functie Verversen gebruikt, worden de wijzigingen die door andere gebruikers zijn gemaakt, vanuit de SDB (9) ontvangen.

Als Enterprise Timetabler het enige geopende Enterprise Foundation-programma is en u sluit het programma af, wordt een van de volgende handelingen uitgevoerd. Nadat de handeling is afgerond, worden de gegevens in de database en het image op de harde schijf gesynchroniseerd. De volgende keer dat het Enterprise Foundation-programma opstart, kan het de database gebruiken en het image in het geheugen laden.

  • Wanneer u Ja selecteert bij de optie Wilt u een lokale kopie van de gegevens bewaren voor gebruik voor uw volgende sessie op dit apparaat?, vervangt het image in het geheugen het image op de harde schijf (10).
  • Wanneer u No selecteert, wordt het image in het geheugen gewist. De back-up van de database vervangt de database (11).


Scientia-ref: 4112. Voor Enterprise Timetabler 3.14. Copyright © Scientia Ltd. 2018