Start Enterprise Desktop Reference Data Manager en laad roostergegevens

Om met een rooster en de bijbehorende gegevens te werken, moet u Enterprise Desktop Reference Data Manager starten en een rooster laden.

Om te beginnen met Enterprise Desktop Reference Data Manager en een rooster te laden, doet u het volgende:

  1. Open het Scientia Portal. Voer uw gebruikersnaam en wachtwoord in wanneer dit wordt gevraagd.
  2. Als u toegang hebt tot meerdere roosters, selecteer dan de juiste tab (zie 1 hieronder) in het Scientia Portal. U hebt bijvoorbeeld toegang tot het rooster dat nu van kracht is, en het conceptrooster voor volgend jaar.
  3. In de hoofdsectie van het Scientia Portal (2) klikt u op het pictogram dat overeenkomt met de toepassing die u wilt starten.

    Een schermopname met genummerde bijschriften ter illustratie van instructies voor het starten van een Enterprise Foundation-programma

    Het Scientia Portal

  4. Als u Enterprise Desktop Reference Data Manager niet eerder hebt gestart, of als de applicatie is bijgewerkt, verschijnt het scherm Applicatie installeren. Klik op Installeren. Enterprise Desktop Reference Data Manager wordt gedownload en vervolgens geïnstalleerd.
  5. Als er geen andere Enterprise Foundation applicaties open staan, moet u een gegevensoptie kiezen om Enterprise Desktop Reference Data Manager te starten. Er wordt een venster geopend (zie hieronder); in de sectie Ik wil graag ... kiest u een van de volgende opties. De volgende keer dat u Enterprise Desktop Reference Data Manager start, wordt dezelfde optie geselecteerd.

    Tip: Na een korte wachttijd gebruikt Enterprise Desktop Reference Data Manager de op dat moment geselecteerde optie. Om het aftellen te onderbreken, klik op de pauzeknop .

    Het venster Ik wil graag...

    Gegevensopties bij opstarten

    Optie

    Beschrijving

    Gebruik lokaal opgeslagen data, waar mogelijk.

    Deze optie kunt u gebruiken als er een image aanwezig is op de harde schijf van uw werkstation dat correspondeert met het rooster dat u wilt gebruiken. Zo ja, dan wordt het image in geheugen geladen en wordt de functie Verversen automatisch uitgevoerd.

    De functie Verversen downloadt de wijzigingen die andere gebruikers naar de SDB hebben teruggeschreven sinds u Enterprise Timetabler, Enterprise Course Planner of Enterprise Desktop Reference Data Manager voor het laatst heeft gebruikt. Daarna worden de wijzigingen op het image op uw werkstation toegepast.

    Voor meer informatie over interactie tussen Enterprise Desktop Reference Data Manager en het image op uw werkstation leest u Interactie tussen het programma, de images, de database en de SDB.

    De optie Laad data opnieuw van de server (zie hieronder) downloadt een image dat de wijzigingen al bevat. Daarentegen downloadt de optie Gebruik lokaal opgeslagen data, waar mogelijk alleen de wijzigingen die dan worden toegepast op het image dat op uw werkstation is opgeslagen. Om wachttijd tot een minimum te beperken gebruikt u de optie Gebruik lokaal opgeslagen data, waar mogelijk alleen als andere gebruikers een klein aantal wijzigingen hebben teruggeschreven. Anders gebruikt u de optie Laad data opnieuw van de server.

    Gebruik locaal opgeslagen gegevens, maar maak een nieuwe lokale database.

    Gebruik deze optie wanneer u vermoedt dat de gegevens in het image en de bijbehorende database niet zijn gesynchroniseerd. Meer informatie over synchronisatie en wanneer dit plaatsvindt, vindt u in Wanneer u een handeling uitvoert waarbij gegevens worden gewijzigd in Interactie tussen het programma, de images, de database en de SDB.

    Deze optie maakt gebruik van de gegevens in het image op de harde schijf van uw werkstation om de bijbehorende database opnieuw op te bouwen.

    Laad data opnieuw van de server.

    Met deze optie wordt het hot image van de server gedownload. Er wordt dan een database opgebouwd op basis van de gegevens van het hot image. Het hot image bevat recente wijzigingen die door andere gebruikers naar de SDB zijn geschreven.

    Als er veel wijzigingen door andere gebruikers zijn teruggeschreven, is deze optie de snelste manier om een up-to-date image te krijgen, omdat de wijzigingen al op het image zijn toegepast. Daarentegen downloadt de optie Gebruik lokaal opgeslagen data, waar mogelijk alleen de wijzigingen die dan worden toegepast op uw werkstation.

    Afhankelijk van hoe vaak het hot image opnieuw wordt opgebouwd, bevat het het grootste deel van de wijzigingen, of misschien zelfs alle wijzigingen. De functie Verversen wordt automatisch uitgevoerd wanneer Enterprise Desktop Reference Data Manager wordt gestart, en past eventuele wijzigingen toe die naar de SDB zijn gestuurd nadat het hot image de laatste keer is bijgewerkt.

    Belangrijk: Als uw recente wijzigingen nog niet zijn teruggeschreven naar de SDB, en u gebruikt de optie Laad data opnieuw van de server, zijn uw wijzigingen niet meer aanwezig wanneer Enterprise Desktop Reference Data Manager start.

  6. Optioneel: Als SQL Server of SQL Server Express op uw werkstation is geïnstalleerd, kunnen Enterprise Foundation applicaties deze gebruiken om hun lokale database te beheren.
  7. Klik op OK. Enterprise Desktop Reference Data Manager start.


Scientia-ref: 4110. Voor Enterprise Desktop Reference Data Manager 3.14. Copyright © Scientia Ltd. 2018