Uitrusting, zaal, docent of verzameld middel maken

Voordat u een middel aan een activiteit kunt toewijzen, moet u het middel maken in EDRDM. In Enterprise Foundation is een middel een zaal, docent, uitrustingsitem of een verzameld middel.

Ga als volgt te werk om een middel te maken:

  1. In het hoofdvenster van EDRDM zoekt u de sectie Middelen.
  2. Klik op Nieuw in de relevante rij in die sectie. De sectie Middelen bestaat uit de volgende rijen: Uitrusting, Zalen, Verzamelde middelen en Docenten.
  3. EDRDM opent een formulier waarin u de eigenschappen van het nieuwe middel kunt invoeren. Welke eigenschappen aanwezig zijn, en het type gegevens dat ze opslaan, wordt bepaald door uw implementatie van Enterprise Foundation en door het type middel. Zo hebben verzamelden middelen geen geschiktheden. De volgende lijst bevat richtlijnen om het formulier in te vullen:
    • Teksteigenschappen van één regel zoals Naam en Beschrijving: Klik op het eigenschapsvakje en voer de tekst in. Als u geen sleutelveld opgeeft in het vakje Sleutelveld, genereert EDRDM een uniek sleutelveld.

      Voorbeeldtekst in een teksteigenschap met één regel

      Teksteigenschap met één regel

    • Teksteigenschappen van meerdere regels zoals Gebruikerstekst 1: Klik op het eigenschapsvakje. Klik en typ in het weergegeven pop-upvakje en klik op OK.

      Voorbeeldtekst in een teksteigenschap met meerdere regels

      Teksteigenschap met meerdere regels

    • Eigenschappen die één waarde bevatten die u selecteert (zoals Afdeling en Zone): Klik op het eigenschapsvakje. Selecteer vervolgens een waarde in de weergegeven lijst (N.B. Het onderstaande voorbeeld komt uit het formulier Geschiktheid). De eigenschap Afdeling kan bepalen aan welke activiteiten een middel kan worden toegewezen; het middel dat aan een activiteit is toegewezen, moet lid zijn van of gedeeld worden door de afdeling van de activiteit. De eigenschap Zone bepaalt ook toewijzing en geeft de locatie van een zaal op. Als er reistijden worden gebruikt, geeft deze eigenschap op waar een docent of uitrustingsitem de dag begint. Het toegewezen middel moet voldoende tijd hebben om van die zone naar de eerste activiteit van de dag te reizen.

      Een item dat in een lijst is geselecteerd waarin u één item kunt selecteren

      Selectie-eigenschap met één waarde

    • Eigenschappen die meerdere waarden kunnen bevatten die u selecteert (zoals Labels en Eerste geschiktheden): Klik op het eigenschapsvakje en selecteer vervolgens waarden. U verplaatst items meestal van een lijst Niet geselecteerd naar een lijst Geselecteerd. Een item kan bijvoorbeeld meerdere labels hebben, en u kiest ze door ze naar de lijst Geselecteerd te verplaatsen. De volgende tabel biedt extra informatie over enkele eigenschappen waarvoor u meerdere waarden kunt selecteren:

      Eigenschap

      Van toepassing op

      Beschrijving

      Eerste geschiktheden en Andere geschiktheden

      Uitrusting, Zaal, Docent

      Selecteer geschiktheden die het middel beschrijven.

      In Enterprise Timetabler kunt u de instelling van de roosteringsvoorkeur Als eerste beschikbaar gebruiken om te zorgen dat Enterprise Timetabler de voorkeur geeft aan middelen waarvan de voorkeursgeschiktheden overeenkomen met de geschiktheidscriteria van de activiteit. Meer informatie over geschiktheden vindt u in Geschiktheden.

      Beperkingsprofielen

      Uitrusting, Zaal, Docent

      Selecteer welke beperkingsprofielen van toepassing zijn op dit middel. Zo kunt u voor een docent een profiel selecteren dat beperkingen van het type Middelen pauzes en Maximum aantal uren bevat.

      Gedeeld met

      Uitrusting, Zaal, Verzameld middel en Docent

      Selecteer met welke afdelingen deze uitrusting wordt gedeeld.

      Tip: Als u de uitrusting met alle afdelingen wilt delen, schakelt u het selectievakje Gedeeld met alle in. Middelen die in centraal bezit zijn, worden meestal door alle afdelingen gedeeld.

      N.B. U bepaalt of een gebruiker het middel rechtstreeks kan toewijzen of dat er een aanvraag voor gebruik moet worden ingediend, via machtigingen die worden ingesteld in Authorisation Manager. Deze machtigingen kunnen naar afdelingen verwijzen. Een gebruiker mag bijvoorbeeld middelen toewijzen die in bezit zijn van de afdeling Natuurwetenschappen, maar moet een aanvraag indienen om middelen toe te wijzen die in bezit zijn van de afdeling Talen.

      Niet gelijktijdig roosteren met

      Uitrusting, Zaal, Verzameld middel en Docent

      Geef aan welke middelen niet tegelijk met dit middel mogen worden gebruikt.

    • Numerieke eigenschappen (zoals Maximaal aantal tijdsduurblokken en Contracturen): Klik op het eigenschapsvakje. Typ vervolgens een waarde. U kunt ook een waarde selecteren via de pijltjes aan het eind van het eigenschapsvakje. De volgende tabel biedt extra informatie over enkele numerieke eigenschappen:

      Eigenschap

      Van toepassing op

      Beschrijving

      Contracturen en Maximaal aantal tijdsduurblokken

      Uitrusting, Zaal, Docent

      Met Contracturen wordt het aantal gebruiksuren (uitgedrukt in perioden) per week opgegeven dat het middel is uitbesteed. Bijvoorbeeld de wekelijkse contracturen van een docent.

      Met Maximaal aantal tijdsduurblokken wordt het maximumaantal uren (uitgedrukt in perioden) per week opgegeven dat het middel kan worden gebruikt. Bijvoorbeeld de wekelijkse contracturen van een docent plus hun toegestane overtijd.

      Max. verzameld

      Verzamelde middelen

      Het aantal items waaruit de verzamelde middelen bestaan.

      Capaciteit en Oppervlakte

      Zaal

      Met Capaciteit wordt opgegeven hoeveel mensen in een zaal passen.

      Met Oppervlakte geeft u de vloeroppervlakte van een zaal aan.

    • Eigenschappen die u moet selecteren of waarvan u de selectie moet opheffen: Schakel het selectievakje in of uit. Het vakje Deeltijds geeft aan of de nieuwe docent parttime werkt.
  4. Geef het beschikbaarheidspatroon, begintijdpatroon en inzetpatroon van het middel op.
    • Gebruik de eigenschap Beschikbaarheidspatroon om op te geven wanneer het middel beschikbaar is voor toewijzing aan activiteiten. U kunt een bestaand beschikbaarheidspatroon selecteren of een aangepast patroon maken. N.B. Beschikbaarheid is een harde beperking: het middel kan niet worden toegewezen als het niet beschikbaar is.
    • Gebruik de eigenschap Begintijdpatroon om de voorkeursbegintijden van de activiteit op te geven, vanuit het perspectief van het middel. U kunt een bestaand begintijdpatroon selecteren of een aangepast patroon maken. N.B. Elk middel dat aan een activiteit wordt toegewezen, heeft mogelijk zijn eigen voorkeursbegintijden. Bovendien kunnen de activiteit en bijbehorende module voorkeursbegintijden hebben. U kunt roostervoorkeursinstellingen in Enterprise Timetabler gebruiken om op te geven in welke mate de begintijd van een activiteit tijdens roostering wordt beïnvloed door de voorkeuren voor begintijden van elk type middel, de activiteit en de module. Voorkeuren voor begintijden zijn echter zachte beperkingen: een activiteit kan op een niet-voorkeurstijd plaatsvinden als er geen betere opties beschikbaar zijn. Bovendien krijgt het beschikbaarheidspatroon van het middel prioriteit over de voorkeuren voor begintijden.
    • Gebruik de eigenschap Inzetpatronen om op te geven tijdens welke perioden de activiteit moet plaatsvinden. Dit is een voorkeur vanuit het perspectief van het middel. U kunt een bestaand inzetpatroon selecteren of een aangepast patroon maken. N.B. Net als bij Begintijdpatronen kunnen andere middelen, de activiteit en de module hun eigen voorkeursperioden hebben; gebruik roostervoorkeursinstellingen in Enterprise Timetabler om op te geven hoeveel invloed deze hebben. Net als voorkeuren voor begintijden zijn voorkeuren voor inzetpatronen zachte beperkingen. Het beschikbaarheidspatroon van de middelen krijgt prioriteit over de voorkeuren voor inzetpatronen.
  5. Klik op Toepassen om het nieuwe item op te slaan. Of klik op OK om het formulier op te slaan en te sluiten.
  6. N.B. Als u nog niet op Toepassen heeft geklikt en u heeft het nieuwe item niet nodig, klikt u op Negeren; het nieuwe item wordt dan verwijderd. Of klik op Annuleer om het item te verwijderen en het venster te sluiten.

Als u gegevens van andere items wilt bekijken of kopiëren wanneer u een item maakt, kunt u ook op Toon klikken (naast de knop Nieuw). EDRDM opent dan een lijst met items. Klik in dit venster op het plusje onder de itemlijst (zie hieronder) om een item te maken. Voer in de nieuwe rij de eigenschappen van het nieuwe item in, en klik op Toepassen om het item op te slaan (of OK om het item op te slaan en het venster te sluiten). Als u een eigenschap die u wilt gebruiken, niet kunt vinden, voegt u deze toe aan de tabel.

Een rood vierkantje dat de positie van het plusteken aangeeft

Het plusteken (+) onder de itemlijst



Scientia-ref: 4110. Voor Enterprise Desktop Reference Data Manager 3.14. Copyright © Scientia Ltd. 2018