Toewijzingsvoorkeuren

Toewijzingsvoorkeuren bepalen het resultaat wanneer studenten worden toegewezen aan activiteiten.

Het venster Toewijsvoorkeur-editor

Bij toewijzingsvolgorde moet u uit twee opties kiezen.

Voor alle andere opties geeft u uw voorkeur op als punt op een glijdende schaal. Om aan te geven dat u prioriteit wilt geven aan een bepaalde voorkeur belangrijk vindt, kiest u een hogere instelling. Als u meerdere voorkeuren heeft ingesteld, wordt er rekening gehouden met prioriteit tijdens de toewijzing.

Toewijzingsvolgorde

U kunt toewijzen op grootte of op alfabetische volgorde.

Als u op grootte toewijst, worden studenten van de grootste studiepaden (met andere woorden, de populairste modulecombinaties) eerst toegewezen. Als het geplande aantal en de grootte van de activiteiten niet toereikend is voor alle studenten, worden de studenten met de minst populaire modulecombinaties daarom niet toegewezen.

Als u toewijst op alfabetische volgorde, worden studenten alfabetisch gesorteerd alvorens toewijzing begint. Dit betekent dat studenten met minder populaire studiepaden evenveel kans hebben op toewijzing als studenten met populairdere studiepaden. Als u bovendien besluit om de toewijzing te groeperen (zie hieronder), worden studenten met dezelfde of een soortgelijke naam in dezelfde activiteiten gegroepeerd.

Gespreid of gegroepeerd toewijzen

Wanneer er ruim voldoende plaatsen zijn gepland voor alle studenten die worden toegewezen (bijvoorbeeld: er moeten 90 studenten worden toegewezen aan 10 tutorials, elk met plek voor 10 studenten), kunt u de toewijzing spreiden of groeperen.

Bij gespreid toewijzen worden studenten gelijkmatig over alle beschikbare activiteiten toegewezen. In het bovenstaande voorbeeld hebben alle tutorials dan 9 studenten en 1 beschikbare plaats.

Bij groeperen worden studenten aan dezelfde activiteit toegewezen tot deze vol is, voordat de plaatsen van een andere activiteit worden opgevuld. In het bovenstaande voorbeeld hebben 9 tutorials dan elk 10 studenten en is er één lege tutorial.

Mixen of groeperen op keuze

Bij groeperen op keuze blijven studenten die eerder aan dezelfde activiteiten zijn toegewezen, bij toekomstige toewijzingen bij elkaar. Dit garandeert niet dat studenten altijd samen worden toegewezen, omdat de activiteiten van de ene module mogelijk kleiner zijn dan die van een andere module; de 20 studenten die aan een seminar voor module A zijn toegewezen, kunnen niet allemaal aan het practicum voor module B worden toegewezen als het practicum slechts plaats voor 15 studenten heeft.

Mixen op keuze heeft het tegenovergestelde effect.

N.B. Er wordt soms gesuggereerd dat studenten door het mixen een grotere vriendenkring krijgen, omdat ze regelmatig een grotere groep medestudenten zien. Er kan echter ook worden gezegd dat het samen toewijzen van studenten vaak tot gevolg heeft dat iedere student een kleine groep medestudenten heeft die ze heel goed leert kennen, wat leidt tot betere onderlinge steun. Vanuit puur pragmatisch oogpunt is het groeperen van studenten gemakkelijker voor roostering, omdat er minder vereisten zijn dat bepaalde reeksen activiteiten niet mogen samenvallen.

Mixen of groeperen op geslacht

Als het geslacht van studenten wordt opgegeven, kan dit worden gebruikt om toewijzing te bepalen. Als u op geslacht mixt, produceert het toewijzingsproces in het algemeen een evenwicht op het activiteitsniveau dat ongeveer hetzelfde is als het evenwicht op programmaniveau. Als bijvoorbeeld 70% van de studenten aan het programma man is, is hetzelfde percentage in elke activiteit ook man.

Als u op geslacht groepeert, worden mannelijke en vrouwelijke studenten gewoonlijk door het toewijzingsproces gescheiden wanneer u aan meerdere activiteiten toewijst.

Voorkeuren combineren

U kunt een voorkeur in meer dan een van de volgende glijdende schalen in het venster Toewijsvoorkeur-editor instellen. Elke voorkeur is van invloed op toewijzing. Wanneer Enterprise Course Planner een activiteit moet kiezen om een student aan toe te wijzen, wordt elk element van de score die een activiteit ontvangt, volgens uw voorkeuren gewogen. Elk element van de score komt overeen met de criteria voor spreiden, groeperen of mixen.

Als u bijvoorbeeld wilt bepalen hoe u een student gaat toewijzen die 1 van 10 tutorials moet bijwonen, krijgt elke tutorial drie afzonderlijke scores.

De eerste score geeft aan hoe goed spreiding of groepering wordt gerealiseerd wanneer de student aan deze activiteit wordt toegewezen. Als u heeft besloten om toewijzing te groeperen, krijgen activiteiten waar al meer studenten aan zijn toegewezen (maar die nog niet vol zijn), een hoge score. Als u heeft besloten om toewijzing te spreiden, krijgen activiteiten die leeg zijn of nog maar weinig studenten hebben, een hoge score.

De tweede score geeft aan hoe goed het mixen of groeperen op keuze zou worden gerealiseerd. Als de activiteit waarvoor Enterprise Course Planner een score berekent, studenten krijgt toegewezen die andere activiteiten delen met de student die momenteel wordt toegewezen, krijgt de activiteit een hoge score bij groepering maar een lage score bij het mixen.

De derde score geeft aan hoe goed het mixen of groeperen op geslacht zou worden gerealiseerd. Een activiteit waarvan alle studenten hetzelfde geslacht hebben als de student die momenteel wordt toegewezen, krijgt een hoge score bij groepering maar een lage score bij het mixen.

Elke van deze scorefactoren wordt gewogen al naar gelang de voorkeur die op de glijdende schaal is aangegeven. Daarna worden de scores bij elkaar opgeteld. De student wordt toegewezen aan de activiteit met de hoogste score.



Scientia-ref: 4108. Voor Enterprise Course Planner 3.14. Copyright © Scientia Ltd. 2018